.jpg)
Op 1 oktober vierde het IWFT haar lustrum.
Een uitgebreid verslag vind je hier!
Om de week komt op deze website een nieuwe column uit. Een geschikte column bestaat uit ongeveer 300 woorden en relateert op enigerlei wijze aan zowel gender als religie.
We roepen een ieder op om een column in te zenden naar iwft@uu.nl.
Op 10 december 2010 organiseerde het IWFT een studiemiddag naar aanleiding van het verschenen boek Meer dan lijfsbehoud van Inez van der Spek.
Het zal duidelijk zijn: Meer dan lijfsbehoud is een boek over drie zussen die te maken kregen met borstkanker. Eén zus, de oudste, Elies, is hier vanmiddag aanwezig. De jongste zus, Marieke, kan helaas niet aanwezig zijn vanwege haar werk. De middelste, Hannelore, is eind april van dit jaar overleden aan de gevolgen van de ziekte. Ik ben heel blij dat hun ouders er zijn en veel andere familieleden en vrienden.
Als introductie op Meer dan lijfsbehoud wil ik graag eerst voorlezen wat ik in het onvolprezen vrouwenblad Margriet heb gezegd over de betekenis van het boek. In de wekelijkse boekenrubriek ‘Heleens boeken’ worden altijd drie vragen gesteld aan een auteur over een nieuw boek. In week 44, in oktoberborstkankermaand, viel mij de eer te beurt. Ik mocht de vragen per email beantwoorden en in totaal had ik 106 woorden tot mijn beschikking, een oefening in zuinigheid dus. Later zag ik dat het 160 woorden mochten zijn, maar ik was tevreden met de beknoptheid die me opgedrongen was.
De eerste vraag was: Een boek over drie zussen die leven met borstkanker. Voor welke groep is dit verhaal bedoeld? Mijn antwoord: ‘Voor iedereen die een mooi verhaal wil lezen over drie bijzondere vrouwen, met wie ik in gesprek ben over hun leven met kanker, zowel op een alledaags als op een spiritueel niveau.’
In vraag 2 werd gevraagd wat ik hoopte de lezeressen met dit boek mee te geven?
Dit antwoordde ik: ‘Het boek heeft geen simpele boodschap. Ik heb een zoektocht beschreven naar een leven in heelheid, ondanks en door verdriet en gebrokenheid heen. Ik hoop dat de lezeressen dit verlangen herkennen, ook als ze niet met borstkanker te maken hebben.’
In vraag 3 wil Heleen weten wat ik zelf van de zussen heb geleerd? Mijn antwoord was: ‘Dat ziekte, en zelfs de dood, de liefde voor het leven niet in de weg hoeven staan. Het gaat erom gestalte te geven aan hoop.’
Op deze manier heb ik de onderstroom van het boek voor een breed lezerspubliek geformuleerd.