.jpg)
Op 1 oktober vierde het IWFT haar lustrum.
Een uitgebreid verslag vind je hier!
Om de week komt op deze website een nieuwe column uit. Een geschikte column bestaat uit ongeveer 300 woorden en relateert op enigerlei wijze aan zowel gender als religie.
We roepen een ieder op om een column in te zenden naar iwft@uu.nl.
Interreligieuze dialoog en gender
Interreligieuze contacten zijn van alle tijden. Mensen van verschillende religieuze komaf dreven handel met elkaar, waren elkaars buren, trouwden met elkaar en voerden twistgesprekken met elkaar over het ware geloof. Theologische reflectie erop kwam in de jaren ’60 en ’70 onder christenen in een stroomversnelling. Tot op dat moment werden interreligieuze contacten hooguit oogluikend toegestaan door kerkelijke autoriteiten. Binnen de theologie was er een speciale tak, de ‘theologie van de religies’ waarin werd gereflecteerd over andere religies dan de christelijke. Traditioneel werden die religies gezien als mogelijke voorbereiding op het ware (christelijke) geloof, of als menselijke, niet op echte goddelijke openbaring berustende constructen. Ook werden andere religies soms gezien als gevaarlijke (want mensen van het ware geloof afhoudende) abberraties. Na de Tweede Wereldoorlog kwam er een omkeer, toen christelijke theologen in het Westen opnieuw gingen nadenken over de verhouding tussen christendom en Jodendom. Christelijke demonisering van het Joodse geloof had bijgedragen aan een klimaat waarin antisemitisme vrij spel had. Ook andere religies als de islam, het hindoeïsme en het boeddhisme, kwamen na de dekolonisatie ineen ander licht te staan.
De onderliggende oorzaken van deze theologische reflectie waren onder meer de toenemende globalisatie, de dekolonisatie waardoor de Westerse cultuur en ook het Westerse christendom steeds minder maatgevend werden, en daarnaast de toenemende secularisatie in het Westen. Het Westerse (christelijke) perspectief werd een mogelijk perspectief naast vele andere.
Christelijke theologen werden zich bewust van het belang van de context waarbinnen ze theologiseerden. Daardoor kwam er binnen de Westerse theologie ruimte voor contextuele theologieën als de Bevrijdingstheologie, de Zwarte en Feministische theologie, lokale Derde Wereldtheologieën en theologieën van de interreligieuze dialoog. Niet langer had de witte, mannelijke, Westerse academische theoloog het alleenrecht van de interpretatie en doordenking van de christelijke traditie.
In de jaren ’60 en ’70 waren het vooral de Westerse christelijke kerken die zich voor interreligieuze dialoog en ontmoeting sterk maakten. Na die periode vond er een verbreding plaats. Dialoog werd een interessegebied voor kerken en theologen in de Derde Wereld en voor niet-christenen. Hindoe -, boeddhistische en moslimdenkers hebben sindsdien een belangrijke bijdrage geleverd aan de inspanningen om de contacten tussen aanhangers van verschillende religies te verbeteren. Dat is hard nodig, gezien de spanningen tussen verschillende religieuze groepen in veel samenlevingen wereldwijd.
Helene Egnell.pdf, Helene Egnell