.jpg)
Op 1 oktober vierde het IWFT haar lustrum.
Een uitgebreid verslag vind je hier!
Om de week komt op deze website een nieuwe column uit. Een geschikte column bestaat uit ongeveer 300 woorden en relateert op enigerlei wijze aan zowel gender als religie.
We roepen een ieder op om een column in te zenden naar iwft@uu.nl.
Voor velen was Catharina Halkes een boegbeeld, voor anderen een betrokken docente, collega en vriendin. Voor mij was ze geen van beiden, maar haar brieven zijn vanaf het begin kostbaar voor me geweest.
Er lag een zekere afstand tussen de katholieke hoogleraar in Nijmegen en de protestantse studente uit Groningen, in ieder geval geografisch en kerkelijk. Dat is een van de redenen dat ik Tine Halkes niet vaak heb gehoord of gezien. Een enkele lezing, artikelen, het boek Op water en brood, een interview in Opzij of een praatprogramma op de televisie. Ik kan de keren dat ik haar heb ontmoet, tellen op de vingers van mijn hand. Was ze bij de Winteruniversiteit Vrouwenstudies in Nijmegen? In ieder geval zat ik onder haar gehoor bij de conferentie ‘Wij Vrouwen Vieren’ (4 en 5 mei 1985) in dezelfde stad. Later zag ik haar nog eens bij de conferentie ter gelegenheid van haar tachtigste verjaardag. Bij die bijeenkomsten heb ik nauwelijks een woord met haar gewisseld.
Maar al haar inspirerende brieven heb ik bewaard. Misschien is 'bemoedigend' een beter woord. Als voorloper op mijn scriptie schreef ik een werkstuk. Dat had ik naar haar opgestuurd en op 26 juli 1983 antwoordde ze:
Nu wil ik je eerst eens via deze brief hartelijk dank zeggen voor het toezenden van je uitvoerige werkstuk "Een vervolg op het Magnificat". Ik wist op een of andere manier wel dat je hiermee bezig was, maar deze uitvoerige verwerking van allerlei materiaal was toch een plezierige verrassing voor me. Ik stel het daarom erg op prijs dat je ons een exemplaar hebt willen toezenden (… ) Ik heb al uitvoerig in je stuk zitten bladeren, al heb ik door alle drukte tot nu toe nog niet alles achter elkaar en woord voor woord kunnen lezen. Maar als geheel wil ik je nu al graag komplimenteren omdat je een heldere indeling maakt en veel punten aan de orde laat komen.
Dat werkstuk was een boeiende maar vermoeiende bezigheid geweest. Er waren veel leuke dingen voor studenten toen, en ik had weinig discipline. Mijn begeleiders deden oprecht hun best maar onder mijn activiteiten en onder mijn nietsdoen, lag de twijfel. Was het wel belangrijk wat ik deed? Was het geen persoonlijke hobby? Voor wie werkte ik eigenlijk, voor wie zou ik moeten werken? Zou Tine Halkes geweten hebben hoezeer haar uitvoerige antwoord mijn werk voor mijzelf zichtbaar maakte, in een zinvol kader zette?
Ik was voorzichtig geweest over de vragen van de eucharistie en priesterschap. Zij moedigde aan om duidelijker te zijn:
Mag ik één aanvullende opmerking maken, wat betreft de Nijmeegse diensten Op Water en Brood. Mocht je het gedeelte E.Maaltijddeel, op pag. 22, nog eens ooit verder uitwerken, dan zou het wellicht illustratief zijn en vooral theologisch van belang wanneer je de hele kwestie van de "Noodrantsoenen": water en brood, wat meer zou uitwerken omdat deze symbolen immers voor ons de uitdrukking zijn van ons protest dat vrouwen in de katholieke kerk niet kunnen voorgaan in de eucharistie. De eerste dienst in Op Water en Brood thematiseert al dit protest, en telkens weer in elke dienst willen wij zout in deze wond strooien en hem niet voortijdig dichtplakken met een of andere fantasie of variatie. Het gaat hier dus om een theologische kwestie waarvan ik denk dat ze ook oekumenisch voor vrouwen uit de andere kerken van belang is.